SŁOWA O LUBLINIE – DAWNYM MIEŚCIE (1931)

In document Proza znalazła się natomiast jakby w cieniu innych, uprawianych przez autora nuty człowieczej dyscyplin (Page 191-196)

Boete Waterpolitie, of niet…

0. Ter Leeringh ende Vermaeck!

Vorig jaar juni ben ik verbaliseerd voor het aan de verkeerde kant zeilen op het Prinses Margriet Kanaal. Boete € 149,00. Ik heb daartoe verzet aangetekend bij de Officier van Justitie en onlangs kwam mijn zaak voor. Ik hield daar nog een

aanvullend pleidooi met als resultaat dat de boete werd vernietigd.

Wanneer je mijn verzet (met tekening) en pleidooi ter zitting leest, zal je begrijpen dat ik een dik jaar ongelofelijk veel lol heb gehad rondom deze bekeuring. En dat wil ik de lezers van Horsevoer niet onthouden.

Met andere woorden, bij dezen de boete, de tekening, mijn verzet, de oproep en mijn pleidooi:

1. De boete

Horsevoer Bericht 2022_06_24 Juni

2. De tekening

3. Mijn verzet

Datum/ plaats : Nieuwleusen, 28-07-2020 Aan : Officier van Justitie

: Parket centrale verwerking O.M. te Utrecht

Van : V.J. Aalbers

Betreft : Strafbeschikking 8132 5420 0398 7348 Geachte Officier van Justitie,

Op 22-07-2020 ontving ik een strafbeschikking (CJIB-nummer 8132 5420 0398 7348) aangaande een overtreding op het Prinses Margrietkanaal te Friesland. Met dit schrijven wil ik daartegen verzet instellen.

Bij de omschrijving op de Strafbeschikking aangaande de opsporingsinstantie: Politie Drenthe, bedenk ik mij, dat de provincie Drenthe nu niet de meest waterrijke provincie van Nederland is.

Desondanks lijken de beide vriendelijke heren mij terecht een ‘bekeuring’ te hebben gegeven, omdat ik niet de stuurboord wal hield. In heel Friesland mag je zowel strak stuurboords- of bakboord wal houden, maar ik realiseerde mij niet dat het Prinses Margrietkanaal hiervan uitgesloten is, vanwege de grote en gevaarlijke beroepsvaart.

Kortom deze bekeuring is terecht op grond van het Binnenvaartpolitiereglement (BPR).

Maar in dit BPR wordt er (na de begripsbepalingen) direct in het eerste artikel al op gewezen, dat van elke schipper (GOED ZEEMANSCHAP) wordt verwacht. En op grond van artikel 1.04 en 1.05 verzoek ik u de Stafbeschikking te herzien. Voor alles moet ik immers als schipper, het leven van anderen niet in gevaar brengen, schade voorkomen en een veilig en vlot verloop van de scheepsvaart niet in gevaar brengen.

Vanuit de bijgesloten situatieschets, wil ik u overtuigen, dat ik juist door mijn beslissing om geen stuurboord wal te houden, het in de geest van dit artikel, juist veiliger maakte in deze specifieke situatie en goed zeemanschap toonde.

Zie de schets.

Zoals u ziet was het kanaal aan de lijzijde net te bezeilen, aan de wind. Dat ging al kilometers goed. Zowel mijn vrouw als ikzelf zagen op 1½ kilometer voor ons een groot schip (beroepsvaart) ons tegemoet varen. Daarnaast moet u weten, dat beiden zijden van het kanaal met harde basaltblokken zijn bekleed. Ik besloot om het ongeval- en

schaderisico zo klein mogelijk te maken door de stuurboord wal te verlaten richting bakboord wal, om de volgende redenen:

1. Bij geringe ongunstige draaiing van de wind zou ik vast kunnen lopen op de

basaltblokken, of onverwachts overstag moeten gaan, omdat de scherpe zeilkoers, parellel aan de oever, niet meer te handhaven zou zijn. Kruisen op dit kanaal is trouwens

verboden. Bij het dichtbij komen van het grote schip, is daarbij onverwacht hierdoor overstag moeten gaan extra gevaarlijk, omdat ik in de zeer lange dode hoek van dit schip zou belanden.

2. Grote schepen van dit formaat, veroorzaken nogal wat zuiging, waarbij het waterpeil naast hen tijdelijk drastisch daalt, wat ook niet echt te verenigen is met de genoemde basaltblokken en een polyester zeilboot.

3. Grote schepen aan loefzijde, nemen én de wind tijdelijk weg én veroorzaken voor- en achteraf windschiftingen, waardoor wederom mijn koers mogelijk niet te handhaven zou kunnen gaan zijn en ook nu weer de basaltblokken dreigden.

4. Door ruim van tevoren aan de loefzijde (hogerwal) te gaan zeilen, voorzag ik mij van veel meer veilige manoeuvreerruimte richting ‘in de wind draaien’ of af te vallen. Aan de lijzijde van het schip had ik beiden mogelijkheden NIET.

5. Een ervaring op ditzelfde kanaal in dezelfde richting en in exact gelijke

omstandigheden, hebben mij jaren geleden de stuipen op het lijf gejaagd, toen een stil, groot opvarend schip mij in de nauwe lijzijde ruimte tussen schip en oever, weinig kansen gaf.

Op grond van bovenstaande argumenten en het adequaat toepassen van het begrip Goed Zeemanschap, denk ik de juiste beslissing te hebben genomen. Ik vrees dat de agenten, van deze extra preambule van het reglement niet op de hoogte waren. Dat neem ik hen uiteraard niet kwalijk, temeer daar zij mij al in de eerste zin te kennen gaven, dat ze zagen dat “ik een ervaren zeiler was”. Klopt: dik 54 jaar en vaak instructeur. Bakboord wal houden was de veiligste keuze en ik heb daardoor juist ongelukken of een mogelijk

gevaarlijke situatie voorkomen.

Ik verzoek u, bovenstaande aan de meest (praktijk)ervaren experts van de waterpolitie, voor te leggen en de Strafbeschikking te vernietigen of aan te passen.

Met hoogachting,

Sjaco Aalbers, Schipper van ‘de Meermin’, Sailhorse 2220.

4. De oproep

ter zitting

5. Mijn pleidooi

Geachte mijnheer/mevrouw de Rechter,

Ik wil kort, in 3 punten mijn zienswijze op de tenlastelegging aan u voorleggen:

a. In de schriftelijke stukken, heb ik mijn inhoudelijk verweer reeds aan de Rechtbank toegezonden. Hoewel het proces-verbaal op zich juist is, hebben de agenten de hoofdregel van het van het Binnenvaart Politiereglement aangaande Goed Zeemanschap over het hoofd gezien en/of zij hadden daar geen kennis van. Ná verklaring van begrippen, en nog vóór alle voorschriften en bepalingen, begint het Binnenvaart Politiereglement met artikel 1.04 en 1.05 over: GOED ZEEMANSCHAP:

in afwijking van de voorschriften, datgene doen, wat voor een veilige en ongehinderde vaart, ook voor andere schepen, noodzakelijk kan zijn.

b. Ik ga snel over naar punt 2. Uw als rechter in Leeuwarden, zetelt daarmee in de meest waterrijke provincies van Nederland. Ik acht u daardoor uitermate

binnenvaart-deskundig, mede doordat Friese jongens en meisjes al van jongs af aan bekend zijn met het water: Fierljeppen, Elfstedentocht, Skûtsjesilen, Wadlopen, Aquaducten. En dagelijks ziet u veel scheepsbewegingen om u heen.

• Dit in tegenstelling tot de twee landagenten uit Drenthe, die mij bekeurden.

Drenthe is niet echt de provincie, die u en mij, aan water doet denken, vermoed ik. Meer aan fietsen enzo.

• In eerste instantie verdacht ik de agenten, gezien hun heel kleine

motorbootje, als Schippers van de Kameleon verkleedde Hielke en Sietze Klinkhamer waren. Mede doordat zij grappig begonnen.

• Zij gelastten mij namelijk, mijn zeilboot ter plekke te stoppen. Ik heb de onwetende agenten erop gewezen, dat dat niet kan met een zeilboot onder zeil, zonder handrem, en verzocht hen 150 meter verderop aan hoger wal (en juist niet op het PMK) te mogen aanmeren.

• Nog meer aangaande de deskundigheid van deze fietsagenten het volgende. Ik verwacht niet dat de politieopleiding in Drachten een hoge prioriteit geeft aan het Binnenvaart Politiereglement, wanneer zij een klas vol Drentse fietsende aspirant politieagenten voor zich heeft. Zij kunnen er dan dus ook niets aan doen.

• De combinatie beroeps- en pleziervaart kennen deze Drentse agenten hoogstens van het Noord-Willemskanaal en de (Verlengde) Hoogeveensche vaart. Daar is met zekerheid, geen zeilvaart vanwege de doorgaans heersende windrichting.

• Ik heb even voor u gegoogeld, maar in tegenstelling tot Friesland, met haar bijna 1000 kilometer aan vaarwegen, heeft Drenthe slecht 174 kilometer vaarwegen. Daarover liggen 48 niet-beweegbare bruggen en 19 sluizen.

M.a.w., gemiddeld elke 3 kilometer een brug of sluis. Op wat kleine motorboten met Duitse feestschippers na, zullen deze fietsagenten, geen ervaring hebben kunnen opdoen met zeilvaart.

• Ikzelf daarentegen zeil vanaf mijn achtste levensjaar. Ik ben nu 63 en we hebben het over een tijd van 55 jaar zeilervaring. Mijn huidige zeilboot ken ik door en door, doordat ik daarin al 45 jaar zeil en kampeer in het mooie Friesland.

• Daarnaast ben ik vele jaren surf- en zeilinstructeur geweest bij verschillende zeilscholen. Alle theorielessen begonnen standaard met de preambule van het Binnenvaart Politiereglement over Goed Zeemanschap. Vandaar, dat ik dit kende en toepaste.

c. Tenslotte punt 3. Eén jaar en 3 maanden na de gebeurtenis, mag ik vandaag voor u staan. Ik ontving uiteindelijk toch nog de “Oproeping verdachte na ingesteld verzet” van kortweg het “Centrale Parket”. Wat schets mijn verbazing, toen ik daarin las, dat het beroemde Friese Prinses Margriet Kanaal TE ROTTERDAM WORDT GESITUEERD. Duidelijker kunnen de agenten hun water-ondeskundigheid toch niet ten toon spreiden?

Samenvattend:

• Ik heb terecht gehandeld in de geest en de letter van het Binnenvaart Politiereglement

• De deskundigheid van de verbalisanten laat sterk te wensen over.

• Er is sprake van een ernstige vormfout

Op deze drie gronden, afzonderlijk en in combinatie, pleit ik voor

Niet-Ontvankelijkheid, Onschuld aan het ten laste gelegde en totale kwijtschelding van het in de Strafbeschikking genoemde bedrag van € 149,00.

Dank u wel.

6. Tenslotte

Iedere zaak is natuurlijk weer ander, maar het gaat over Goed Zeemanschap en het Politie Binnenvaartreglement en dus ook inhoudelijk interessant voor ons allen.

Sjaco Aalbers, Sailhorse de Meermin NED 2220

In document Proza znalazła się natomiast jakby w cieniu innych, uprawianych przez autora nuty człowieczej dyscyplin (Page 191-196)